Uitvallen aan de lijn

Een vaak voorkomend probleem. Honden die loslopen en heel gezellig spelen maar aan de lijn zich tot woeste schreeuwers en/of uitvallers (laten) opjutten. Hoe komt dit en belangrijker…. wat doe je eraan? Het zelfde probleem zie je vaak bij honden achter een hek. Zo’n blèrende woesteling, die als je het hek eenmaal door bent, een mak lammetje blijkt te zijn. Het einde van een territorium roept vaak heftige reacties op bij de hond. Haal je het hek weg is er vaak niets aan de hand. Achter het hek durft hij helemaal uit zijn dak te gaan maar als het hek weg is… is vaak ook alle bravour weg!

Een hond aan een strakke lijn loopt ook aan het einde van zijn territorium, een zich verplaatsend territorium binnen de cirkel van de lijn. Vandaar dat wij op de hondenschool leren de hond aan de slappe lijn te houden, dat is niet alleen om onze arm te sparen. Een slappe lijn roept niet de reactie op van ‘einde territorium’. Ook honden die ooit zelf zijn aangevallen vertonen nogal eens dit gedrag. Ze proberen het gezegde ‘de eerste klap is een daalder waard’ uit en proberen op deze manier verdere problemen weg te jagen. Onzekere honden die door de strakke lijn zich gesteund voelen door de baas, halen het niet in hun hoofd om dit gedrag te vertonen als ze die steun niet voelen.

Daarnaast zijn er natuurlijk de niet goed gesocialiseerde honden, echter die vertonen dit gedrag vaak ook als ze los lopen omdat ze gewoon niet weten hoe ze op sommige andere honden moeten reageren. Je kan de hond aan een halsband, slipketting of aan een gentle leader (of andere hoofdgeleide banden) geleiden. Honden die uitvallen aan de lijn kunnen vaak beter aan een gentle leader lopen. Agressie begint namelijk met het fixeren – het aanstaren – gevolgd door het uitvallen. Met een gentle leader kun je veelal het fixeren voorkomen door simpel weg het hoofd weg te draaien (nooit rukken aan een hoofdgeleider- halti, gentle leader, easy walker etc.) door de druk op de lijn op te voeren. Bovendien is een uitvallende hond vaak aan een hoofdgeleider beter te houden. De ‘noodzaak’ van een prikketting ontstaat vaak door verkeerd gebruik van een slipketting! Een prikketting zullen wij dan ook nooit aanraden, deze is dieronvriendelijk en lost het probleem, het verkeerd gebruiken van de andere middelen, niet op.

Het probleem verergert vaak zienderogen omdat de nietsvermoedende tegemoet komende baas en hond zich een hoedje schrikken en terug deinzen, een beloning voor de uitvallende hond. Ook het vooraf waarschuwen als de baas eerder dan de hond een tegemoetkomende hond ziet, versterkt vaak het probleem. Je jut zo de hond vaak op met gemopper, kleine rukjes etc. Je hond ziet de tegenligger niet maar begint vast te blèren omdat je eigenlijk zegt: ‘Let op! Er komt er zo een aan hoor………….’  

Mogelijke oplossingen

Straffen is vaak niet de oplossing. De hond die onzeker is, zal zich nog onprettiger voelen en dus nog meer in de verdediging gaan. Bij dominante-agressie kan het wel werken maar vaak toont een angstig-agressieve hond die veel succes heeft met het uitvallen, zich op een gegeven moment ook als dominant-agressief, echter met veel stress-signalen die helaas niet door iedereen herkend worden. De kritische afstand langzaam opbouwen, dat wil zeggen dat je de hond op een afstand brengt waar hij niet uitvalt en spelender wijs stap voor stap dichterbij komt.  Afleiden door oefeningen, spelen of lekkers. Het moeilijke hier bij is dat men vaak te snel gaat, waardoor de hond weer uitvalt en de training geen nut heeft. Ook is het soms moeilijk te voorkomen dat men onverwachts tegenover een andere hond staat. Negeren, absoluut niet reageren op het gedrag pas verder gaan als hij weer rustig is. Werkt alleen als de andere hond (en baas) ook absoluut niet reageert.

Laten schrikken
Mijn ervaring is dat laten schrikken in combinatie met het langzaam opbouwen van de kritische afstand het beste werkt. Laat de hond schrikken door een geluidje of iets anders onverwachts. Hij houdt op en op dat moment beloon je. Het doel is de hond even af te leiden waar hij mee bezig was om zo het gedrag te veranderen.
Muilkorven, ook laten spelen met een muilkorf om, kan goed werken, zeker bij honden die zowel aangelijnd als los uitvallen. Honden die onverwachts gegrepen zijn en er een trauma van over hebben gehouden, wachten niet af of de tegenligger hun al dan niet vriendelijk gezind is, ze klappen er meteen op. Door ze te muilkorven en met vriendelijke honden in contact te brengen doen ze  de ervaring op dat niet elke hond agressief is. Wel de muilkorf of  het snuitje rustig aanleren! Een snuitje  (nylon bandje om de bek, worden wel gebruikt door dierenartsen) alleen gebruiken als hij 1 maatje te groot is en het niet te heet is omdat de hond hier in niet of amper kan hijgen.
Let wel, alleen een muilkorf of snuitje is niet de oplossing. De muilkorf is alleen een hulpmiddel bedoeld om te voorkomen dat de andere hond gewond raakt. Blijf altijd bij de hond om zo het gewenste, juiste gedrag aan te leren.

Voorkomen?

Veel ellende is te voorkomen door geen pup uit schuren of bij broodfokkers te kopen.
Fok niet met angsbijters, ook niet omdat het zogenaamd goed zou zijn voor de teef!
Ik druk mijn cursisten altijd op het hart om direct als de hond gebeten wordt te bellen. We gaan dan meteen aan de slag met trainen om de nare ervaring te beperken. Ook arnicatabletjes (homeopathische tabletjes) kunnen de schrik beperken. Bovendien zullen ze het herstel van de verwondingen versnellen.
Ik maak mee dat honden die flink gebeten zijn sneller fysiek herstellen, als emotioneel. Soms is de emotionele schade dusdanig dat de gebeten hond zelf niet meer te handhaven is.

Besef het bovenstaande als je zelf een uitvallende hond hebt, als jouw hond er 10 grijpt en die alle 10 er ook weer 10 grijpen breid de olievlek van bijtende honden zich erg snel uit. Neem de verantwoording voor het gedrag van je hond, doe er wat aan. Hetzij door trainen of door het voorkomen van ongelukken. Hond muilkorven en/of niet los bij andere honden te laten. Heb je een hond die vaak uitvalt, vraag dan om deskundige hulp van een hondentrainer. Voor dit soort problemen is dat vaak de gedragstherapeut/gedragsdeskundige, deze hebben verder doorgeleerd dan een instructeur. Echter het is een vrij beroep dus iedereen mag zich helaas gedragstherapeut voor honden noemen. Vraag daarom altijd om een kopie van de behaalde diploma’s en certificaten.

Ook het aanschaffen van een hond die men niet aan kan veroorzaakt veel ellende en is eerder dom als stoer.
Voor het opjutten van pups of kleine honden bij het tonen van agressie en/of blèren aan de riem geldt hetzelfde. Vaak is men dan verongelijkt als de blèrende helleveeg door een grote hond tot orde word geroepen. Lachen om dit soort ongewenst gedrag versterkt het gedrag.
Ook het laten spelen van honden met veel verschil in grote en/of gewicht kan pijn en daardoor angst oproepen voor grote honden en vandaar uit weer agressie en/of blèren aan de riem. Let er op dat spelen leuk blijf voor elke hond.