Welsh Terrier

Herkomst
In de middeleeuwen werd in Wales al geschreven over zwartrode Terriërs.
Later werd dit ras bekend als Black and Tan Terriër.
Aan het einde van de 19de eeuw bracht men verfraaiingen aan bij dit werkhondenras en werd het in Engeland een vrij populaire tentoonstellingshond.

Algemeen voorkomen
Evenredig en compact gebouwd.
De diepe borstkas, de korte rug, de gespierde benen met stevige botten en de krachtige kaken geven de indruk van een echte werkhond.
Bij het lopen gaan de voor- en achterbenen recht naar voren en evenwijdig aan elkaar.
De ruimte tussen de voorbenen is smal.
Schofthoogte niet meer dan 39 cm
Gewicht 9 – 9,5 kg

Vacht De dubbele vacht is overvloedig, draadharig, hard en zeer dicht. Enkele vacht niet gewenst.
Kleuren: bij voorkeur zwart en tan of zwart/grijs en tan.
Zwarte aftekeningen op de tenen of zwart beneden de hakken zijn zeer ongewenst.

Gebruik Oorspronkelijk gefokt voor de jacht op otters, marters, bunzings, enz.
Door zijn vrolijke en aanhankelijke karakter een prima huishond, die goed past in een sportief gezin met kinderen.
Gezondheid Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard Gehoorzaam, aanhankelijk, pienter en vrolijk.
Bijzonderheden Minimaal tweemaal per jaar moet de vacht worden geplukt met de hand of trimmes.
Het tentoonstellingstoilet vraagt meer onderhoud en vakkennis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *