Yorkshire Terrier

Herkomst
Het ras is bekend vanaf de tweede helft van de 19de eeuw.
Het kwam toen voor rond Leeds en Halifax (Engeland).
Schotse textielarbeiders in Noord-Engeland kruisten hun Terriërs met de lokale Terriërs.
Door op eenheid in type en op een steeds kleiner formaat te fokken, ontstond dit nu kleinste Terriërras.
Ook buiten Engeland zeer populair.

Algemeen voorkomen
Langharig, gedrongen dameshondje.
Onder de overvloedige, staalblauwe vacht schuilt een krachtig en evenredig lichaam.
Het hoofd is klein en vlak, de rug is kort en recht.
Maakt absoluut een ‘klein maar dapper’ indruk.
Schofthoogte ongeveer 23 cm
Gewicht tot ruim 3 kg

Vacht De vacht is matig lang, volkomen recht en niet golvend.
Hij glanst als zijde en doet ook zijdeachtig aan.
Kleur: egaal donker staalblauw (geen zilverblauw) vanaf het achterhoofd tot de staartaanzet.
De rest is warm tan.

Gebruik Hoewel oorspronkelijk voor het Terriërwerk gefokt – o.a. het doden van ratten – nu al jaren een pittig gezelschaps- en tentoonstellingshondje.
Gezondheid Patella luxatie komt vrij regelmatig voor.
Aard Moedig, pienter, levendig.
Bijzonderheden De vacht vraagt vrij veel onderhoud.
Elke dag kammen en borstelen.
Voor tentoonstellingsbezoek moet de vacht deskundig worden geprepareerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *