|
Spreekwoorden en gezegdes |
|
|
Hij is zo bekend als de bonte
hond. |
Hij is zeer berucht. |
|
Je moet geen slapende honden
wakker maken. |
Je moet geen argwaan wekken. |
|
Iemand als een hond
behandelen. |
Iemand slecht behandelen.(???) |
|
Een hondeleven
hebben. |
Een lui en / of goed leven hebben. |
|
Zo trouw als een hond zijn. |
Zeer aanhankelijk zijn. |
|
Zo eerlijk als een hond zijn. |
Een hond liegt niet, hij mag
je of hij mag je niet. |
|
De hond in de pot vinden. |
Alle eten op vinden. |
|
Van het hondje gebeten zijn. |
In zijn trots gekrenkt zijn. |
|
Wie een hond wil slaan, heeft
licht een stok gevonden. |
Voor iets kwaads vindt men
gemakkelijk een voorwendsel. |
|
Blaffende honden bijten niet. |
Wie dreigt is ongevaarlijk. |
|
Komt men over de hond, dan
komt men over de staart. |
Als de grootste moeilijkheden
overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf. |
|
Je kamer lijkt wel een
hondenhok. |
Rommel op je kamer. |
|
Zo ziek als een hond zijn. |
Verschrikkelijk ziek zijn. |
|
Twee honden vechten om een
been, en de derde gaat er mee heen. |
Met twee personen ergens over
iets kibbelen, en de derde neemt het mee. |
|
Als kat en hond leven. |
Veel ruzie met elkaar maken. |
|
Als een jonge hond |
Nog te driest handelend |
|
Commandeer je hond en blaf
zelf. |
Je hebt mij niets te bevelen. |
|
De gebeten hond zijn. |
De schuld krijgen. |
|
Daar lusten de honden geen
brood van. |
Dat is schandalig. |
|
Een hond van een kerel zijn. |
Een gemene vent zijn. |
|
Van het hondje gebeten zijn. |
Hoogmoedig zijn. |
|
Er zijn meer hondjes die
Fikkie heten. |
Oppervlakkige overeenkomst is
misleidend. |
|
Zo moe als een hond zijn. |
Uitgeput. |
|
Als een hondje achter iemand
aanlopen. |
Letterlijk bedoeld. |
|
Welkom als een hond in een
kegelspel |
Ongewenst, ongelegen. |
|
Een hondenneus hebben |
Zeer scherp kunnen ruiken,
weten waar men zijn voordeel kan halen. |
|
Hij heeft de hondenziekte |
Hij is dronken. |
|
Dode honden bijten niet (al
zien ze lelijk) |
Van doden is geen gevaar te
duchten. |
|
Wie zich voor hond verhuurt,
moet de botten kluiven. |
Wie zich onderdanig gedraagt,
wordt als knecht behandeld. |
|
't moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm
houden kan. |
Alleen een rijke man kan er
een tweede vrouw op na houden. |
|
Met onwillige honden is het
kwaad hazen vangen. |
Met onwilligen
komt men niet verder. |
|
Als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien. |
Als ervaren mensen waarschuwen
moet je luisteren. |
|
Wie met honden omgaat, krijgt
vlooien. |
Wie in slecht gezelschap
verkeert, neemt slechte gewoonten over. |
|
Kwade honden bijten elkaar
niet. |
Slechte mensen helpen elkaar. |
|
Hij heeft er een hondje zien
geselen. |
Hij heeft daar iets veschrikkelijks gezien, dat hem die plaats doet mijden. |
|
Bij kleine hapjes leert men
een hond eten. |
Geleidelijk aan kun je zelfs
aan onmogelijke dingen gewend raken. |
|
Het is er zo veilig als vlees
in een hondekot |
Het is er volkomen onveilig. |
|
Het bekomt
hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst. |
Het valt hem zwaar tegen. |
|
Veel honden zijn der hazen
dood |
Voor de overmacht moet men wel
bezwijken |
|
Zo welkom zijn als een hond in
de keuken |
Absoluut niet welkom |
|
Zo scheel als de hondewacht |
Zeer scheel |